Strengere aanpak schijnzelfstandigheid per 1 januari 2026

17-12-2025 Per 1 januari 2026 komt een einde aan de zogenoemde zachte handhaving bij schijnzelfstandigheid. Vanaf dat moment is de Belastingdienst weer bevoegd om handhavend op te treden met het opleggen van boetes.

Dit is opgenomen in de voortgangsbrief Werken met en als zelfstandige(n) die door minister Paul (Sociale Zaken en Werkgelegenheid) en staatssecretaris Heijnen (Financiën) aan de Tweede Kamer is aangeboden.

Omdat er in de praktijk behoefte bestaat aan helderheid over de gevolgen van het afschaffen van deze soepele handhavingsfase, wordt voor het jaar 2026 opnieuw een specifiek handhavingsplan voor arbeidsrelaties opgesteld. De handhaving op dit terrein wordt daarom nog niet geïntegreerd in de reguliere handhavingsplannen. Het handhavingsplan voor 2026 zal openbaar worden gemaakt via de website van de Belastingdienst.

Daarnaast vervallen vanaf 2026 de huidige uitgangspunten waarbij de Belastingdienst doorgaans begint met een bedrijfsbezoek en zich richt op het meest recente aangiftetijdvak bij controles.

Tot slot bevat de brief een update over de voortgang van de wetgevingstrajecten rondom de basisverzekering arbeidsongeschiktheid voor zelfstandigen (BAZ) en de wet verduidelijking beoordeling arbeidsrelaties en rechtsvermoeden (Vbar). Ook wordt aandacht besteed aan verschillende aangenomen moties en gedane toezeggingen, waaronder het streven om schijnzelfstandigheid binnen de Rijksoverheid zo snel mogelijk (uiterlijk per 1 januari 2026) terug te dringen, evenals initiatieven om goed werkgeverschap te stimuleren in sectoren waar schijnzelfstandigheid relatief vaak voorkomt.

Bron: taxlive.nl