De Wet Toekomst Pensioenen (WTP) is per 1-7-2023 aangenomen, en de verwachting is dat deze voor flink wat opschudding zal zorgen binnen het Nederlandse pensioenstelsel. Dat heeft voor jou, als ondernemer/werkgever, ook impact. Dus: wat nu?

Op een punt als dit wil je misschien terug naar de tekentafel. Hoe tevreden is je personeel met de huidige regeling, en hoe tevreden ben jij er zelf mee? En wat wil je nu precies met je pensioenregeling? Het zijn allemaal belangrijke vragen waarop het antwoord niet te lang op zich kan laten wachten.

Daarom hebben we alle belangrijkste wijzigingen overzichtelijk op een rijtje gezet.

  • Alle pensioenregelingen worden uiterlijk op 1-1-2028 premieovereenkomsten, met een flatrate-premie van maximaal 30%.

  • Bestaande premieregelingen met een stijgende staffel kunnen blijven bestaan voor alle werknemers die vóór 1-1-2028 in dienst zijn gekomen. Nieuwe werknemers krijgen vanaf die datum wel een flatratepremie. Of dit wenselijk is (2 verschillende pensioenregelingen) en wat de effecten hiervan zijn, zal bepaald dienen te worden.

  • Bestaande werknemers tussen de 45 en 68 jaar oud gaan er mogelijk op achteruit als zij overstappen van een stijgende staffel naar een flatrate-premie. Zij zullen gecompenseerd dienen te worden voor dit verlies om instemming te verkrijgen. De compensatie mag uitbetaald worden in extra salaris of als extra pensioen. Kies je voor extra pensioen? Dan wordt de flatratepremie tot 2037 verhoogd naar maximaal 33%.

  • Pensioenfondsen mogen kiezen tussen een solidaire premieovereenkomst en de flexibele premieovereenkomst (doorbeleggen). Een solidaire premieovereenkomst voorziet onder andere in beschermingsrendement voor gepensioneerden en mag een buffer hebben van 15% van het pensioenvermogen.

  • Opgebouwde (middel- of eindloon)pensioenen bij een verzekeraar mogen in stand blijven. Lopende middelloonregelingen mogen nog tot 2028 omgezet worden in een stijgende premiestaffel voor medewerkers die vóór 1-1-2028 in dienst zijn gekomen.
  • Het partnerpensioen wordt gestandaardiseerd en mag maximaal 50% van het bruto jaarsalaris bedragen en wordt per definitie op risico-basis verzekerd.

  • De mogelijkheid om 10% op de pensioeningangsdatum in één keer uit te laten keren gaat waarschijnlijk per 2024 in. Deze uitkering wordt dan belast in het jaar volgend op de AOW-ingang als de uitkering in het eerste jaar waarin AOW wordt ontvangen, wordt genoten. Op die manier hoeft daarover geen AOW-premie betaald te worden.

  • De lijfrente-aftrek stijgt naar 30% en de tijdelijke oudedagslijfrente blijft bestaan.

  • Het pensioen mag nog maar vanaf 10 jaar voor AOW-datum ingaan. Er hoeft dan geen verklaring meer te worden overgelegd dat uit het arbeidsproces wordt gestapt.

  • Tot slot mogen sociale partners verder praten over een regeling voor zware beroepen. Het huidige boetevrije Recht op Vervroegde Uittreding (vanaf 3 jaar voor AOW-datum) loopt per 2025 af.

  • Daarnaast daalt per 1-1-2024 de opnameleeftijd in de pensioenregeling van 21 naar 18 jaar.

Al met al zijn er een aantal impactvolle wijzigingen die de kostbare arbeidsvoorwaarde pensioen raken en mogelijk ook de financiële gevolgen hebben voor uw onderneming. Laat u goed voorlichten en begeleiden in dit traject. Neem hiervoor contact op met onze netwerkpartner in pensioenen.

Meer informatie

Maurice de Veld
Registerpensioenadviseur