Akkoord nieuw box 3-stelsel per 2028

17-2-2026 Onlangs heeft de Tweede Kamer ingestemd met een nieuw box 3-stelsel dat vanaf 2028 uitgaat van belastingheffing over het daadwerkelijk behaalde rendement.

Wanneer de Eerste Kamer het wetsvoorstel Wet werkelijk rendement box 3 eveneens goedkeurt, wordt met ingang van 2028 niet langer een forfaitair rendement belast, maar het daadwerkelijke rendement op je vermogen.

Wat valt onder werkelijk rendement?

Onder het werkelijke rendement vallen de reguliere opbrengsten, zoals rente op spaar- en bankrekeningen, dividend uit beleggingen en huurinkomsten. Daarnaast tellen ook gerealiseerde verkoopwinsten én -verliezen op beleggingen en andere bezittingen mee.

Ook waardestijgingen zonder verkoop

Niet alleen gerealiseerde opbrengsten worden belast. Ook waardeveranderingen van beleggingen en andere bezittingen die nog niet zijn verkocht, worden meegenomen. De jaarlijkse stijging of daling in waarde telt dus mee in het belastbare rendement. Voor deze bezittingen geldt een zogenoemde vermogensaanwasbelasting.

Uitzondering voor onroerend goed

Voor onroerende zaken geldt een afwijkende regeling. Naast directe opbrengsten, zoals huur, worden alleen gerealiseerde winsten of verliezen (bijvoorbeeld bij verkoop) belast. De jaarlijkse waardestijging van vastgoed wordt dus niet jaarlijks meegenomen. Voor vastgoed geldt namelijk een vermogenswinstbelasting in plaats van een vermogensaanwasbelasting.

Dezelfde uitzondering geldt voor aandelen in start-ups en scale-ups.

Let op: De Tweede Kamer heeft het kabinet verzocht om een duidelijke afbakening van het begrip familiebedrijf uit te werken. Ook moet worden onderzocht of aandelen in familiebedrijven binnen het nieuwe box 3-stelsel onder een vermogenswinstbelasting kunnen vallen in plaats van onder de vermogensaanwasbelasting.

Vastgoedbijtelling bij beperkte verhuur

Wordt een onroerende zaak minder dan 90% van het jaar verhuurd? Dan geldt een vastgoedbijtelling van 3,35% van de WOZ-waarde, indien dit bedrag hoger is dan de feitelijke huurinkomsten.

Dit betekent dat zelfs wanneer een woning helemaal niet wordt verhuurd — bijvoorbeeld een vakantiewoning voor eigen gebruik — toch minimaal 3,35% van de WOZ-waarde als rendement wordt meegerekend.

Let op: De vastgoedbijtelling wordt nog kritisch bekeken door de Tweede Kamer. De regering is verzocht om vóór 1 januari 2028 waar mogelijk het percentage te actualiseren, aanvullend onderzoek te doen naar het rendement van met name vakantiewoningen en te onderzoeken of een uitvoerbare tegenbewijsregeling mogelijk is.

Aftrek van kosten

Bij het bepalen van het werkelijke rendement mogen vanaf 2028 diverse kosten worden afgetrokken. Denk aan betaalde rente, bankkosten, transactiekosten bij aankoop en verkoop van beleggingen en onderhouds- en andere periodieke kosten van onroerend goed.

Belastingtarief

Het voorgestelde box 3-tarief vanaf 2028 bedraagt 36%. Dit percentage wordt geheven over het werkelijke rendement, na aftrek van een heffingsvrij inkomen van € 1.800.

Let op: Is er in een jaar sprake van een negatief rendement? Dan mag dit worden verrekend met positieve rendementen in latere jaren. Er geldt echter een verliesdrempel van € 500. Het eerste deel van € 500 aan verlies is dus niet verrekenbaar.

Verschil met het huidige stelsel

In het huidige box 3-systeem wordt gewerkt met een forfaitair (fictief) rendement, verdeeld over spaargeld, schulden en overige bezittingen. Als het werkelijke rendement lager is, kan gebruik worden gemaakt van de tegenbewijsregeling.

Vanaf 2028 wordt uitsluitend het daadwerkelijke rendement belast. De manier waarop dat rendement wordt berekend, wijkt bovendien af van de berekening onder de huidige tegenbewijsregeling (die geldt tot en met 2027).

Ingangsdatum 2028

Om invoering per 2028 mogelijk te maken, moest de Tweede Kamer uiterlijk 15 maart 2026 instemmen met het wetsvoorstel. Dat is gelukt. Wel moet de Eerste Kamer nog akkoord gaan. Daarvoor is momenteel nog geen uiterste datum vastgesteld.

Mogelijke overstap naar volledige vermogenswinstbelasting

Het nieuwe box 3-stelsel is politiek omstreden. De Tweede Kamer stemde met tegenzin in, vooral vanwege de vermogensaanwasbelasting. Ook de huidige coalitie heeft in het coalitieakkoord opgenomen dat zij het stelsel uiteindelijk wil omzetten naar een systeem dat volledig uitgaat van vermogenswinstbelasting.

De regering heeft de opdracht gekregen om zo spoedig mogelijk (uiterlijk bij het Belastingplan 2029) een alternatief box 3-stelsel op basis van vermogenswinstbelasting uit te werken, inclusief voorstellen voor budgettaire dekking. Daarnaast zijn er nog diverse aanvullende opdrachten meegegeven over onderdelen van het nieuwe stelsel.

Bron: sra.nl