Arrest Hoge Raad belastingrente Vpb

18-2-2026 Naar aanleiding van gestelde vragen heeft de Belastingdienst bevestigd dat het arrest van de Hoge Raad van 16 januari 2026 eveneens geldt voor de belastingrente vennootschapsbelasting (Vpb) vanaf 2024.

Arrest van 16 januari 2026

Op 16 januari 2026 heeft de Hoge Raad geoordeeld dat de verhoging van de belastingrente voor de Vpb naar 8% niet rechtsgeldig is, omdat deze in strijd is met het evenredigheids- en gelijkheidsbeginsel. Volgens de Hoge Raad moet voor de Vpb hetzelfde rentepercentage worden gehanteerd als voor andere belastingmiddelen.

Ook relevant voor de jaren 2024 en verder

De inspecteur zal uiterlijk op 26 februari 2026 een collectieve uitspraak op bezwaar doen. Wat deze uitspraak precies zal inhouden, is op dit moment nog niet bekend. Inmiddels heeft de Belastingdienst wel aangegeven dat het arrest van 16 januari 2026 ook betrekking heeft op de bepalingen in het Besluit belasting- en invorderingsrente die van toepassing zijn in de periode 2024 tot en met 2026.

Aanslagen Vpb met belastingrente en een dagtekening na 16 januari 2026

Volgens informatie op de website van de Belastingdienst zullen Vpb-aanslagen waarop een te hoog rentepercentage is toegepast en die zijn gedagtekend ná 16 januari 2026, na de collectieve uitspraak op bezwaar automatisch (ambtshalve) worden verminderd. Houd er rekening mee dat deze correctie tot zes maanden na de collectieve uitspraak kan duren.

Aanslagen Vpb met belastingrente en een dagtekening tot en met 16 januari 2026

Voor definitieve Vpb-aanslagen met een te hoog rentepercentage en een dagtekening tot en met 16 januari 2026 geldt volgens de Belastingdienst dat tijdig bezwaar moet zijn gemaakt om in aanmerking te komen voor verlaging van de belastingrente.

Voor aanslagen die op 16 januari 2026 al onherroepelijk vaststonden (dat wil zeggen: met een dagtekening vóór 5 december 2025 en waartegen niet vóór 16 januari 2026 bezwaar is ingediend), klopt dit standpunt. De Belastingdienst heeft in reactie op vragen aangegeven dat het arrest van de Hoge Raad niet van toepassing is op aanslagen die op 16 januari 2026 al definitief waren. Verzoeken om ambtshalve vermindering van deze aanslagen zullen worden afgewezen.

Anders ligt het bij aanslagen die op 16 januari 2026 nog niet onherroepelijk vaststonden (met een dagtekening vanaf 5 december 2025). Deze aanslagen komen wél in aanmerking voor toepassing van het lagere rentepercentage, ook als niet tijdig bezwaar is gemaakt. In dat geval kan mogelijk wel een verzoek om ambtshalve vermindering nodig zijn. Naar verwachting zal hierover meer duidelijkheid volgen bij of na de collectieve uitspraak op bezwaar.

Voor aanslagen met een dagtekening tot en met 16 januari 2026 blijft het daarom voorlopig verstandig om binnen de bezwaartermijn bezwaar te maken. Daarmee voorkom je mogelijke discussies met de Belastingdienst op een later moment.

Let op bij voorlopige aanslagen

Gaat het om een voorlopige Vpb-aanslag waarop belastingrente in rekening is gebracht, dan kan tot zes weken na dagtekening van de definitieve aanslag nog een verzoek worden gedaan om de rente op de voorlopige aanslag te verlagen. Hoewel het waarschijnlijk is dat de Belastingdienst deze rente automatisch zal aanpassen, is dit nog niet bevestigd. Het indienen van een verzoek lijkt daarom vooralsnog aan te bevelen.

Bron: sra.nl