
Arbeidsvoorwaarden 2026: wat verandert er?
7-1-2026 In 2026 wijzigen diverse wettelijk vastgelegde arbeidsvoorwaarden. Deze aanpassingen hebben onder meer betrekking op het (jeugd)minimumloon, de transitievergoeding, de werkkostenregeling en de fietsregeling.Minimum(jeugd)loon
Met ingang van 1 januari 2026 wordt het bruto wettelijk minimumuurloon voor werknemers van 21 jaar en ouder verhoogd naar € 14,71 per uur. Dit betreft de gebruikelijke halfjaarlijkse indexatie.
Algemeen bezoldigingsmaximum 2026
Het maximumsalaris op grond van de Wet normering topinkomens (WNT) komt in 2026 uit op € 262.000. Dit betekent een stijging van 6,3% ten opzichte van 2025.
Gelijke beloning voor uitzendkrachten
Hoewel de Wet Flex nog niet per 1 januari 2026 in werking treedt, is in de nieuwe uitzend-cao al vastgelegd dat uitzendkrachten vanaf die datum gelijk beloond moeten worden als medewerkers van de inlener die dezelfde of vergelijkbare werkzaamheden verrichten.
Aangescherpt toezicht op schijnzelfstandigheid
Vanaf 1 januari 2026 zal de Belastingdienst strenger handhaven op schijnzelfstandigheid. Controles kunnen weer zonder voorafgaande aankondiging plaatsvinden en naast naheffingen kunnen opnieuw boetes worden opgelegd.
RVU-regeling (vervroegd uittreden)
De hernieuwde vrijstelling van de RVU-heffing maakt het per 1 januari 2026 weer mogelijk om afspraken te maken over vervroegd uittreden. Werkgevers mogen werknemers die maximaal 36 maanden verwijderd zijn van hun AOW-leeftijd een RVU-uitkering verstrekken zonder pseudo-eindheffing, tot aan de drempelvrijstelling. In 2026 bedraagt deze € 2.357 bruto per maand.
Stopzetting loonkostenvoordeel nieuwe instroom 56+
Het loonkostenvoordeel (LKV) voor werknemers van 56 jaar en ouder vervalt per 1 januari 2026 voor iedereen die op of na 1 januari 2024 in dienst is getreden. Voor werknemers die vóór deze datum zijn aangenomen, blijft het LKV ongewijzigd van kracht. Werkgevers behouden voor deze groep maximaal drie jaar recht op het voordeel, tot uiterlijk 1 januari 2027.
Transitievergoeding
De maximale hoogte van de transitievergoeding bedraagt in 2026 € 102.000 bruto.
ETK-regeling
Werkgevers kunnen via de ETK-regeling extraterritoriale kosten onbelast vergoeden aan werknemers. Zij hebben hierbij de keuze tussen de 30%-regeling en de ETK-regeling op basis van werkelijke kosten. De 30%-regeling blijft in 2026 ongewijzigd, maar de ETK-regeling wordt versoberd. Vanaf 1 januari 2026 mogen bepaalde kosten niet langer onbelast worden vergoed, zoals extra kosten voor levensonderhoud vanwege het hogere prijsniveau in Nederland (inclusief gas, water en elektriciteit) en extra privé-gesprekskosten met het land van herkomst.
Salarisgrens 30%-regeling
Voor toepassing van de 30%-regeling geldt in 2026 een minimale salarisgrens van € 48.013 voor werknemers met specifieke deskundigheid (2025: € 46.660). Voor werknemers jonger dan 30 jaar bedraagt deze grens € 36.497 (2025: € 35.468). Zowel de WNT-norm als de maximale beloningsgrens voor de 30%-regeling is vastgesteld op € 262.000.
Vrije ruimte werkkostenregeling (WKR)
In 2026 bedraagt de vrije ruimte binnen de WKR 2% over de eerste € 400.000 van de loonsom. Over het deel daarboven geldt een percentage van 1,18%.
Thuiswerk- en reiskostenvergoeding
De onbelaste vergoeding voor thuiswerken stijgt naar € 2,45 per dag. De maximale belastingvrije reiskostenvergoeding blijft ongewijzigd op € 0,23 per kilometer.
Fietsregeling
Vanaf 1 januari 2026 vervalt de bijtelling voor een fiets van de zaak die uitsluitend wordt gebruikt voor woon-werkverkeer. De fiets mag daarbij maximaal 10% van de tijd thuis gestald zijn. Deze wijziging werkt terug tot 1 januari 2020 en moet nog formeel worden goedgekeurd.
Bron: hrpraktijk.nl