Nieuwe regels werk & inkomen vanaf 2026

23-12-2025 Met ingang van 1 januari 2026 treedt nieuwe wet- en regelgeving in op het gebied van werk en inkomen. Deze aanpassingen hebben onder andere betrekking op het minimumloon, sociale uitkeringen, loonkostenvoordelen en het pensioenstelsel. De veranderingen hebben directe gevolgen voor werkgevers en HR-professionals.

Per 1 januari 2026 wijzigen een aantal regelingen die vallen onder de verantwoordelijkheid van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Hieronder volgt een overzicht van de belangrijkste aanpassingen.

Minimumuurloon

Door jaarlijkse indexatie stijgt het wettelijk minimumuurloon. Voor werknemers van 21 jaar en ouder gaat het bruto uurloon omhoog van € 14,40 naar € 14,71. Voor jongeren van 15 tot en met 20 jaar blijven vaste minimumjeugduurlonen gelden, die zijn gebaseerd op het wettelijke minimumuurloon.

Uitkeringen

Alle sociale uitkeringen worden verhoogd als gevolg van indexatie. Dit betreft onder meer uitkeringen op grond van de Participatiewet (bijstand), IOAW, IOAZ, AOW, ANW, wezenuitkering, Wajong, WW, IOW, WIA, WAO, Ziektewet en de Toeslagenwet.

Kinderbijslag, kinderopvangtoeslag en kindgebonden budget

Ouders ontvangen hogere tegemoetkomingen in de kosten voor kinderen. Dit geldt voor de kinderbijslag, kinderopvangtoeslag en het kindgebonden budget. Het kabinet stelt € 199 miljoen extra beschikbaar om de kinderopvangtoeslag voor werkende ouders te verhogen. Hierdoor krijgen werkende ouders met een gezamenlijk inkomen tot € 56.412 maar liefst 96% van de kosten tot aan de maximale uurprijs vergoed.

Ook ouders met een hoger inkomen profiteren van een stijgend vergoedingspercentage. Daarnaast worden de maximale uurprijzen voor kinderopvang verhoogd naar € 11,23 voor dagopvang, € 9,98 voor buitenschoolse opvang en € 8,49 voor gastouderopvang.

Het kindgebonden budget gaat iets omhoog voor alleenstaande ouders met een inkomen tot € 29.736 en voor gezinnen met twee ouders tot een inkomen van € 39.141. Bij hogere inkomens kan het bedrag juist iets lager uitvallen. De kinderbijslag neemt toe door indexatie.

Participatiewet in balans

De Participatiewet wordt aangepast met als doel eenvoudigere regels en meer inkomenszekerheid voor mensen die vanuit de bijstand aan het werk gaan. De mogelijkheden om bij te verdienen naast een uitkering worden verruimd. Daarnaast komen er heldere richtlijnen voor het ontvangen van giften: tot € 1.200 per jaar blijft dit zonder gevolgen voor de uitkering.

Gemeenten krijgen bovendien de bevoegdheid om met terugwerkende kracht bijstand toe te kennen. Hiermee wordt voorkomen dat mensen tijdelijk zonder inkomen zitten en schulden opbouwen. De wet gaat daarnaast meer uit van vertrouwen in zowel uitvoerende professionals als uitkeringsgerechtigden.

Nieuw pensioenstelsel

Op 1 januari 2026 stappen ongeveer 9,5 miljoen pensioenen over naar het nieuwe pensioenstelsel. Daarmee valt in 2026 meer dan de helft van alle deelnemers onder het nieuwe systeem.

Verhoging vrijstelling RVU-heffing

Werknemers met zwaar werk kunnen via de Regeling voor Vervroegde Uittreding (RVU) tot drie jaar eerder stoppen met werken. Zij ontvangen van hun werkgever een overbrugging tot de pensioendatum, waarover geen extra RVU-heffing hoeft te worden betaald. Door indexatie stijgt het vrijgestelde bedrag naar € 2.357 bruto per maand.

Om ook werknemers met een lager inkomen of beperkt aanvullend pensioen tegemoet te komen, mag de werkgever bovenop de basis-RVU-uitkering (netto gelijk aan de AOW) maximaal € 300 bruto per maand extra uitkeren. Cao-partijen kunnen hierover afspraken maken. Ook over dit aanvullende bedrag is geen extra belasting verschuldigd.

AOW-leeftijd

De AOW-leeftijd blijft ongewijzigd en bedraagt 67 jaar.

Aanpassingen loonkostenvoordeel

Werkgevers kunnen een loonkostenvoordeel (LKV) ontvangen voor het in dienst nemen van oudere werknemers en werknemers met een arbeidsbeperking. Het LKV voor oudere werknemers van 56 jaar en ouder vervalt per 1 januari 2026. Voor werknemers die vóór 1 januari 2024 in dienst zijn gekomen, blijft het voordeel wel bestaan.

Voor organisaties met meer dan 25 werknemers wordt het eenvoudiger om mensen met een arbeidsbeperking uit de doelgroep banenafspraak aan te nemen. Vanaf 2026 geldt het LKV banenafspraak zolang de werknemer in dienst blijft; eerder was dit maximaal drie jaar. Daarnaast is een aparte doelgroepverklaring van het UWV niet langer nodig.

Van school naar duurzaam werk

Jongeren met een afstand tot de arbeidsmarkt krijgen intensievere ondersteuning bij de overstap van onderwijs naar werk. Gemeenten, scholen en doorstroompunten worden verplicht om samen te werken om uitval te voorkomen. Scholen bieden extra loopbaanbegeleiding, ook nadat jongeren het onderwijs hebben verlaten.

Gemeenten zorgen daarnaast voor passende en preventieve ondersteuning richting onderwijs, werk of een combinatie van leren en werken. Deze begeleiding is bedoeld voor jongeren tot 27 jaar uit het mbo (niveau 1 en 2), het vso, pro en voor voortijdig schoolverlaters.

Transitievergoeding

De maximale transitievergoeding bij ontslag wordt verhoogd door indexatie en komt uit op € 102.000. Indien het jaarsalaris hoger is dan dit bedrag, bedraagt de vergoeding maximaal één bruto jaarsalaris.

Caribisch Nederland

Ook in Caribisch Nederland stijgen het wettelijk minimumloon en de uitkeringen op Bonaire, Sint-Eustatius en Saba door indexatie. Werknemers op deze eilanden krijgen daarnaast recht op calamiteitenverlof en kortdurend zorgverlof.

De Wet kinderopvang BES zorgt ervoor dat kinderopvang betaalbaarder wordt voor ouders. Dit draagt bij aan de ontwikkeling van kinderen en maakt het makkelijker voor ouders om te werken.

Huishoudens met een minimuminkomen op Bonaire, Sint-Eustatius en Saba ontvangen bovendien een jaarlijkse energietoeslag van $ 1.300.

Bron: hrpraktijk.nl