
Eerste Kamer akkoord met strengere flexregels
9-7-2026 Op 7 juli heeft de Eerste Kamer ingestemd met het wetsvoorstel Meer zekerheid flexwerkers.De meeste onderdelen van deze wet zullen op 1 januari 2028 in werking treden. Het doel is om werknemers met een flexibel arbeidscontract meer zekerheid te geven over hun werktijden en inkomen.
Daarnaast bevat de wet maatregelen om langdurig gebruik van tijdelijke arbeidsovereenkomsten terug te dringen en de rechtspositie van oproep- en uitzendkrachten te verbeteren.
Volgens het kabinet werkt ongeveer 30% van de Nederlandse werknemers op basis van een flexibel contract, waarmee Nederland binnen Europa het hoogste aandeel flexwerkers kent. De nieuwe regels moeten ervoor zorgen dat structurele werkzaamheden zoveel mogelijk worden uitgevoerd binnen een duurzame arbeidsrelatie.
Aangescherpte ketenregeling
Een belangrijke wijziging betreft de ketenregeling voor tijdelijke contracten. Na drie opeenvolgende tijdelijke arbeidsovereenkomsten kan een werkgever pas opnieuw een tijdelijk contract aanbieden wanneer de werknemer drie jaar uit dienst is geweest. Op dit moment bedraagt deze verplichte onderbreking nog zes maanden. Met deze aanpassing wil het kabinet voorkomen dat werknemers via zogenoemde draaideurconstructies steeds opnieuw tijdelijke contracten krijgen na een korte onderbreking.
Bandbreedtecontract in plaats van nulurencontract
De huidige oproepcontracten verdwijnen en maken plaats voor het bandbreedtecontract. Werkgever en werknemer leggen daarin een minimum- en maximumaantal uren vast, waarbij het maximum niet meer dan 30% hoger mag zijn dan het minimum. Werknemers hoeven geen oproepen te accepteren die boven dit afgesproken maximum uitkomen. Wanneer een werknemer gedurende langere tijd structureel meer uren werkt, is de werkgever verplicht een contract aan te bieden dat aansluit bij het daadwerkelijke aantal gewerkte uren.
Voor bepaalde groepen, zoals scholieren, studenten en AOW-gerechtigden met een bijbaan, geldt een uitzondering op deze regeling.
Betere bescherming van uitzendkrachten
Ook voor uitzendkrachten verandert er het nodige. Zij krijgen wettelijk recht op arbeidsvoorwaarden die ten minste gelijkwaardig zijn aan die van werknemers die rechtstreeks in dienst zijn bij dezelfde opdrachtgever. Voor gelijke beloning bestond deze verplichting al op basis van uitspraken van het Hof van Justitie van de Europese Unie, maar de nieuwe wet breidt dit uit naar alle arbeidsvoorwaarden.
Verder worden de meest onzekere fasen binnen het uitzendstelsel ingekort. Daarnaast krijgt de minister de bevoegdheid om in te grijpen wanneer in de uitzendbranche sprake is van structurele onderbetaling. Dit onderdeel van de wet treedt al op 31 december 2026 in werking.
Onderdeel van bredere arbeidsmarkthervorming
Het wetsvoorstel maakt deel uit van een omvangrijk pakket aan hervormingen van de arbeidsmarkt. Daarmee wil het kabinet werknemers meer zekerheid bieden, terwijl werkgevers voldoende ruimte houden voor flexibiliteit. Het is het tweede voorstel uit dit pakket dat door het parlement is aangenomen. Eerder stemde het parlement al in met de Wet invoering rechtsvermoeden van een arbeidsovereenkomst op basis van een uurtarief. De hervormingen zijn gebaseerd op de afspraken die het kabinet in 2023 heeft gemaakt met werkgevers- en werknemersorganisaties en sluiten aan bij de aanbevelingen van de commissie-Borstlap en de Sociaal-Economische Raad (SER).
Bron: taxence.nl