Verplichte e-facturatie en rapportage vanaf 2030

24-9-2026 Het kabinet is van plan om vanaf 1 juli 2030 elektronische facturatie en digitale rapportage verplicht te stellen voor ondernemingen.

Deze verplichting geldt straks voor zowel binnenlandse als buitenlandse transacties tussen bedrijven. Met deze maatregel wil de overheid bedrijfsprocessen verder digitaliseren, de concurrentiepositie van Nederlandse en Europese ondernemingen versterken en het toezicht door de Belastingdienst verbeteren.

De plannen vloeien voort uit de Europese richtlijn Btw in het digitale tijdperk (ViDA). De wetgeving die hiervoor in Nederland nodig is, wordt de komende jaren verder uitgewerkt. Naar verwachting wordt het wetsvoorstel vóór de zomer van 2027 aan de Tweede Kamer aangeboden.

Eén Europese werkwijze

Op dit moment verschillen de btw-rapportageverplichtingen per EU-lidstaat. Deze uiteenlopende regels maken internationale handel ingewikkelder en brengen extra administratieve lasten voor ondernemers met zich mee. Omdat handel binnen Europa belangrijk is voor de Nederlandse economie, wil de Europese Unie deze verschillen verminderen.

Op basis van de nieuwe richtlijn moeten ondernemers zakelijke grensoverschrijdende transacties (business-to-business) vanaf juli 2030 digitaal en op transactieniveau rapporteren. Door deze uniforme werkwijze wordt het eenvoudiger om btw-fraude op te sporen en tegen te gaan. Elektronische facturen vormen daarbij een essentiële voorwaarde.

Ook verplicht voor binnenlandse transacties

EU-lidstaten mogen zelf bepalen of zij de regels ook toepassen op transacties binnen de eigen landsgrenzen. Nederland kiest ervoor deze mogelijkheid te benutten, net als onder meer Frankrijk, Duitsland, België, Polen en Italië.

Daardoor wordt e-facturatie vanaf 1 juli 2030 ook verplicht voor binnenlandse zakelijke transacties. Een jaar later, op 1 juli 2031, volgt de verplichting om deze transacties digitaal te rapporteren.

Ondernemers die gebruikmaken van de kleineondernemersregeling (KOR) en een jaaromzet hebben van maximaal € 20.000, blijven uitgezonderd van deze verplichtingen. Deze vrijstelling blijft ook na 2030 van kracht.

Minder administratie, meer efficiëntie

Voor veel ondernemingen die vanwege internationale activiteiten toch al moeten investeren in verdere digitalisering, levert de uitbreiding naar binnenlandse transacties uiteindelijk administratieve voordelen op. Het wordt eenvoudiger om aan fiscale verplichtingen te voldoen en processen efficiënter in te richten.

Wel zullen sommige bedrijven hun facturatieproces moeten aanpassen, bijvoorbeeld door gebruik te maken van een digitaal boekhoud- of facturatiesysteem. Uit onderzoek blijkt dat elektronische facturatie aanzienlijke kostenbesparingen kan opleveren bij zowel het verzenden als ontvangen van facturen. Daarnaast krijgt de Belastingdienst meer mogelijkheden om toezicht en dienstverlening doelgerichter en efficiënter vorm te geven.

Bescherming van bedrijfsgegevens centraal

Het kabinet stelt als belangrijke voorwaarde dat bedrijfsgevoelige informatie veilig wordt verwerkt en opgeslagen. De bescherming van deze gegevens speelt daarom een centrale rol bij de invoering van het nieuwe systeem.

Toegang tot gegevens wordt beperkt via autorisaties en rolgebaseerde toegangsrechten. Medewerkers kunnen uitsluitend informatie raadplegen die noodzakelijk is voor hun werkzaamheden. Daarnaast wordt vastgelegd wie gegevens heeft ingezien of verwerkt, op welk moment en met welk doel. Ook wil het kabinet een maximale bewaartermijn van tien jaar voor deze gegevens door de Belastingdienst hanteren.

Hoe nu verder?

De komende periode wordt verder onderzocht hoe een veilige en betrouwbare gegevensuitwisseling kan worden ingericht en welke effecten de maatregelen hebben voor ondernemers, onder andere op administratieve lasten.

Het conceptwetsvoorstel wordt dit najaar ter internetconsultatie aangeboden. Vervolgens is het de bedoeling dat het kabinet de definitieve wet vóór de zomer van 2027 indient bij de Tweede Kamer.

Bron: rijksoverheid.nl