Wetsvoorstel zekerheid flexwerkers aangenomen

20-5-2026 Werknemers met een flexibel contract krijgen meer duidelijkheid over hun inkomen en werktijden.

De Tweede Kamer heeft vandaag ingestemd met het wetsvoorstel van minister Eelco Heinen dat deze veranderingen mogelijk maakt. Nederland heeft binnen de EU veruit het hoogste aantal flexwerkers: ongeveer 2,7 miljoen mensen, bijna 30% van alle werknemers. Daarom worden de regels rondom tijdelijke contracten aangescherpt om zogenoemde draaideurconstructies tegen te gaan. Ook verdwijnen oproepcontracten en komen daarvoor contracten met een vast minimumaantal betaalde en ingeplande uren in de plaats. Wanneer ook de Eerste Kamer akkoord gaat, kan de wet vanaf 1 januari 2028 ingaan.

Draaideurconstructies

Met de nieuwe regels wordt benadrukt dat tijdelijke contracten alleen bedoeld zijn voor werk van tijdelijke aard. Werknemers moeten sneller uitzicht krijgen op een vast contract. Daarnaast wordt het niet langer mogelijk om iemand na een onderbreking van slechts zes maanden opnieuw een tijdelijk contract aan te bieden.

Oproepcontracten

De nulurencontracten worden vervangen door zogenoemde bandbreedtecontracten. Hierbij spreken werkgever en werknemer een minimum- en maximumaantal uren af, waarbij het maximum niet meer dan 130% van het minimum mag bedragen. Bij een minimum van 10 uur betekent dit bijvoorbeeld een maximum van 13 uur. Werknemers mogen oproepen boven dat maximum weigeren. Als iemand structureel meer uren werkt, moet de werkgever een contract aanbieden met een hoger aantal vaste uren.

Uitzendkrachten

Mensen die via een uitzendbureau werken, krijgen recht op arbeidsvoorwaarden die minimaal gelijkwaardig zijn aan die van werknemers in vaste dienst. Voor loon was dit al verplicht op basis van een uitspraak van het Europees Hof van Justitie, maar nu wordt dit uitgebreid naar alle arbeidsvoorwaarden in de Nederlandse wet. Daarnaast worden de uitzendfases waarin werknemers dagelijks ontslagen kunnen worden of geen zekerheid hebben over hun uren verkort van anderhalf jaar naar één jaar. Daarmee moet de positie van uitzendkrachten stabieler worden.

Wijzigingen vanuit de Tweede Kamer

Tijdens de behandeling heeft de Tweede Kamer enkele aanpassingen doorgevoerd. Zo geldt straks dat na drie tijdelijke contracten gedurende drie jaar geen nieuw tijdelijk contract meer mag worden afgesloten; eerder was daarvoor nog een periode van vijf jaar voorgesteld. Verder blijft het voor AOW-gerechtigden mogelijk om op oproepbasis te werken. Deze uitzondering bestond al voor jongeren, scholieren en studenten met een bijbaan. Ook krijgt de minister de bevoegdheid om in te grijpen wanneer er sprake is van structurele onderbetaling binnen de uitzendbranche.

Arbeidsmarktpakket

Dit wetsvoorstel maakt deel uit van een bredere hervorming van de Nederlandse arbeidsmarkt. Samen met andere maatregelen moet het zorgen voor meer zekerheid voor werknemers en tegelijkertijd meer flexibiliteit voor ondernemers. Het is het eerste omvangrijke voorstel uit het arbeidsmarktpakket dat is goedgekeurd. De plannen komen voort uit afspraken die het kabinet in 2023 maakte met vakbonden en werkgeversorganisaties en bouwen voort op het rapport van de commissie Commissie Borstlap uit 2020 en het SER-advies uit 2021.

Bron: rijksoverheid.nl