Niet-bezwaarmakers box 3 krijgen ongelijk

30-6-2026 De Hoge Raad heeft in de collectieve massaalbezwaarplusprocedure besloten dat belastingplichtigen die destijds geen of te laat bezwaar maakten tegen hun box 3-aanslag geen aanspraak kunnen maken op rechtsherstel.

Volgens Sebastian van Wijk, bestuurslid fiscaal van SRA, is dat een teleurstellende uitkomst. "SRA heeft zich jarenlang met kennis en expertise ingezet voor deze procedure, vanuit de overtuiging dat niet-bezwaarmakers dezelfde behandeling zouden moeten krijgen als degenen die wel tijdig bezwaar maakten. Daarom hadden wij graag een andere uitspraak gezien."

Centrale vraag in de procedure

Op 25 juni heeft de Hoge Raad zich uitgesproken over de vraag of belastingplichtigen die over de jaren 2017 tot en met 2020 geen of te laat bezwaar indienden tegen hun definitieve box 3-aanslag, dezelfde rechten hebben als degenen die wél tijdig bezwaar maakten tegen de forfaitaire vermogensrendementsheffing.

Die vraag vloeit voort uit het zogenoemde Kerstarrest van december 2021. In dat arrest oordeelde de Hoge Raad dat de toenmalige forfaitaire heffing in box 3 niet in stand kon blijven. Belastingplichtigen die op tijd bezwaar hadden gemaakt, kwamen daardoor in aanmerking voor rechtsherstel.

Overleg na het Kerstarrest

Na de uitspraak van de Hoge Raad is intensief overleg gevoerd tussen het ministerie van Financiën, de Belastingdienst, verschillende politieke partijen en diverse belangenorganisaties. Namens de fiscale praktijk waren onder meer SRA, RB, NOB, NBA, NOAB, de Consumentenbond en de Bond voor Belastingbetalers hierbij betrokken. Naar aanleiding van deze gesprekken is uiteindelijk ook voor de groep niet-bezwaarmakers een massaalbezwaarplusprocedure gestart.

Vier proefzaken

Het ministerie van Financiën, de Belastingdienst, SRA, RB, NOB, de Consumentenbond en de Bond voor Belastingbetalers hebben gezamenlijk de juridische vragen geformuleerd die in de massaalbezwaarplusprocedure centraal stonden. Op basis daarvan zijn vier proefzaken gevoerd. In alle vier de procedures kregen de belastingplichtigen bij de rechtbank geen gelijk. Twee van deze zaken zijn vervolgens via sprongcassatie direct aan de Hoge Raad voorgelegd, die nu definitief uitspraak heeft gedaan.

Bron: SRA.nl