
Wet box 3 nog niet aangenomen
8-7-2026 De Eerste Kamer heeft de besluitvorming over het wetsvoorstel Wet werkelijk rendement box 3 voorlopig uitgesteld.Eerst wil de Kamer de voorgestelde aanpassingen afwachten die via een novelle worden doorgevoerd. Deze novelle wordt op Prinsjesdag 2026 ingediend bij de Tweede Kamer.
Wetsvoorstel Wet werkelijk rendement box 3
Op 12 februari 2026 heeft de Tweede Kamer ingestemd met het wetsvoorstel voor een nieuw box 3-stelsel. Dit nieuwe systeem, dat naar verwachting in 2028 wordt ingevoerd, belast het daadwerkelijke rendement op vermogen.
In het voorgestelde stelsel vallen zowel gerealiseerde als ongerealiseerde opbrengsten onder het begrip werkelijk rendement. Dat betekent dat niet alleen ontvangen inkomsten, maar ook jaarlijkse waardestijgingen van bijvoorbeeld beleggingen worden belast. Voor onroerende zaken en aandelen in startups en scale-ups geldt een uitzondering. Hiervoor blijft een vermogenswinstbelasting van toepassing, waardoor alleen daadwerkelijk gerealiseerde waardestijgingen, zoals bij verkoop, worden belast.
Mogelijke aanpassingen
Omdat het wetsvoorstel in de Eerste Kamer onvoldoende steun leek te krijgen, kondigde de minister van Financiën eind februari 2026 aan wijzigingen te willen doorvoeren. In een Kamerbrief van 19 juni 2026 lichtte de staatssecretaris van Financiën toe welke aanpassingen worden onderzocht. Daarbij gaat het onder meer om:
- de mogelijkheid om verliezen één jaar terug te verrekenen;
- een doorschuifregeling voor vermogenswinst op onroerend goed en aandelen in startups en scale-ups bij huwelijk of echtscheiding;
- een heffingskorting voor inkomsten uit groene beleggingen;
- verlaging van het box 3-tarief van 36% naar 35%;
- verhoging van het heffingsvrije resultaat van € 1.800 naar € 1.900;
- een aangepaste vermogenswinstbelasting die specifiek geldt voor afgebakende startups en scale-ups;
- uitbreiding van de vrijstelling voor NSW-landgoederen, onder meer door de uitzondering voor gebouwde eigendommen te schrappen of een doorschuifregeling bij erven en schenken in te voeren;
- herinvoering van de partiële buitenlandse belastingplicht, waardoor buitenlandse werknemers onder voorwaarden gedurende de eerste jaren in Nederland geen belasting betalen over buitenlands box 2- en box 3-vermogen;
- een vrijstelling in box 3 voor particuliere leningen aan mkb-bedrijven, ook wel de win-winlening genoemd.
Let op: In augustus 2026 neemt het kabinet een besluit over deze voorstellen. Daarbij spelen onder meer de beschikbare financiële dekking en de uitkomsten van andere lopende wetsvoorstellen een rol. De definitieve wijzigingen worden naar verwachting op Prinsjesdag 2026 opgenomen in een novelle.
Behandeling uitgesteld
De novelle wordt eerst aan de Tweede Kamer aangeboden, die deze zal behandelen en daarover stemt. Pas daarna vervolgt de Eerste Kamer de behandeling van het wetsvoorstel.
Om die reden heeft de Eerste Kamer de stemming uitgesteld. De verwachting is dat de behandeling van de novelle in de Eerste Kamer pas in januari 2027 kan plaatsvinden.
Nog geen volledig stelsel op basis van vermogenswinst
Vooralsnog lijkt het kabinet af te zien van een volledige overstap naar een vermogenswinstbelasting voor alle vermogensbestanddelen per 2028. Dat voornemen blijft wel bestaan, maar volgens het kabinet is meer voorbereidingstijd nodig voordat een dergelijk stelsel kan worden ingevoerd.
Ingediende moties
Tijdens het debat in de Eerste Kamer op 30 juni 2026 zijn daarnaast verschillende moties ingediend. Daarmee wordt de regering onder meer verzocht om:
- het huidige wetsvoorstel in te trekken en te vervangen door een systeem dat volledig uitgaat van een vermogenswinstbelasting;
- een rapport op te stellen over de verwachte langetermijnopbrengsten van een vermogenswinstbelasting voor box 3-vastgoed, inclusief onderzoek naar de mogelijkheid om de zogenoemde step-up per 1 januari 2028 te corrigeren voor inflatie en andere redelijke aanpassingen;
- de box 2-belasting eenmalig met 5 procentpunt te verlagen om tijdelijke budgettaire tekorten binnen box 3 op te vangen.
Let op: Over deze moties stemt de Eerste Kamer op dinsdag 7 juli 2026. De staatssecretaris heeft alle moties ontraden.
Bron: sra.nl